De Barendse's

De Barendse's hebben reeds lang hun wortels in het Westland en behoren tot de oudste tuindersgeslachten in deze regio. Historisch gezien is Jan Barendse, de vroegere voorzitter van Bond Westland, wel de meest bekende Barendse. Behalve dat hij in zijn tijd een bekend en belangrijk persoon was heeft hij zich uitermate verdienstelijk gemaakt door de geschiedenis van de tuinbouw in het Westland te beschrijven in zijn boek Hollands Tuin. Vooral uit deze bron zal ik putten om het leefklimaat van onze voorouders in het Westland te beschrijven. Voor een algemeen overzicht van de geschiedenis en tuinbouwhistorie verwijs in naar de webpagina van het Westlands Museum.

De Wubben's
De Wubben's zijn later aan deze website toegevoegd, met name omdat deze familie verbonden is met da familie Barendse door huwelijken, waaronder die van Hubertha Alida Wubben (moeder van de webmaster) met Wilhelmus Petrus Barendse. Een deel van de Wubbens hebben zich in het Westland gevestigd als tuinder, terwijl een ander deel van deze familie zich bezig hield met handel en andere beroepen. Vele Wubbens vestigden zich in Rijswijk(Z.H.) en Schipluiden en omgeving dat strikt genomen niet tot het Westland gerekend werd. Ook vele Wubbens behoren tot de oudste tuindersgeslachten in deze regio.
Het is in dit verband interessant dat beide families Duitse voorouders hebben afkomstig uit dezelfde regio in Duitsland, Graafschap Lingen,  en nakomelingen hebben zich ongeveer op omstreeks dezelfde tijd in het toenmaligige "rijke" Holland gevestigd.

Van Stamboom tot Familiegeschiedenis

Uit de concentratie's van Barendse's in Honselersdijk, Naaldwijk en Poeldijk (gem. Monster) kan worden opgemaakt dat de familie Barendse al vele generaties in het Westland woont. De oudste bevolkingscentra in het Westland zijn nl. Monster en Honselersdijk met Naaldwijk. Monster wordt reeds in de archieven van  het bisdom Utrecht in het jaar 960 vermeld als Masemuthon (Maasmond) en is later  naar het monasterium  (klooster), Masemonster en vervolgens Monster genoemd.
Nog ouder dan Monster is Honselersdijk dat ca 895 voorkomt onder de naam Holtsole (betekent  'woning in het bos') op een goederenlijst van de St. Martinuskerk te Utrecht. Samen met Naaldwijk dat eerst in 1198 genoemd wordt, ligt het op een vrij hoog gelegen stuk geestgrond (vandaar o.a. de namen Geestweg en  Hoge Geest).Deze hoge geest-gronden, ook o.a. de Kleine Achterweg (Naaldwijk), werden gedeeltelijk afgegraven voor de tuinbouw.  De tuinbouw in het Westland dateert reeds van ca 1200 en is vooral bevorderd door de kloosters met hun tuinen die indie tijd gesticht werden.

Barendse's hebben zich in het Westland gevestigd met de komst van Johan Jacob Caspar Berends uit Neuenkirchen, Duitsland, en Margaretha Adelheit Kolcker uit Merzen, Duitsland. Op 22 november 1778 trouwen zij onder de namen Casper Barendse en Aaltje Kulkers te Monster en vestigden zich aan de “Zuydzeyde van de Groote Gantel in Monster Ambacht”, de Nieuwe Tuinen, alwaar zij zich met tuinbouw bezig hielden.
Uit het huwelijk van Kasper Barendse en Aaltje Kulkers zijn 6 kinderen geboren (zie verder de genealogie van Barendse).

In het archief van de gemeente Naaldwijk is een afschrift van een bedelbrief, gedateerd 20 april 1830, door de toenmalige burgemeester van Naaldwijk namens een 23-tal tuinders gericht aan Z.M.  Koning  Willem I. Een van die 23 tuinders was ook een zekere Adolf Barendse. Ook toen kenden men al moeilijke periodes in de tuinbouw in Naaldwijk.  In deze brief wordt verzocht om een tegemoetkoming in de kosten van herbouw van druivenmuren die door een vreselijke storm in 1830 waren omgewaaid.

Migratie-statistieken van vroeger laten zien dat de Westlander erg honkvast was.Van de weinige  Westlanders  die de streek verlieten (meestal in crisistijden) keerde 75% weer terug. Barendse's zijn van oudsher tuinder en de vele Barendse’s in het Westland wijst erop dat ook zij vrij honkvast waren en trouw aan hun beroep.Van oudsher is het Westland reeds, relatief gezien, dicht bevolkt en er was dus weinig reden voor immigratie. Tuinders waren veelal afkomstig uit de veeteelt en akkerbouwbedrijven ter  plaatse.  De vraag  naar  tuinbouwproducten uit de omliggende steden gaf de stoot tot de ontwikkeling van de tuinbouw in het Westland.

De afkomst van de familie Wubben is beschreven in een boek "WUBBEN", uitgegeven door bestuur Stichting Familie Wubben, Rijswijk 1992: eindredactie G.A.H.A. Wubben, en waarvan alle rechten zijn voorbehouden.